“Als mijn zoon blij is, ben ik ook blij”

Sinds begin 2024 wonen mevrouw Van Putten en haar zoon in een mantelzorgcombinatie aan de Curaçaostraat in Groningen. Ze hebben ieder een eigen huisnummer, maar hun appartementen zijn met elkaar verbonden. Zo heeft ieder zijn eigen plek en zijn ze toch altijd dichtbij elkaar.

Voor mevrouw Van Putten is het belangrijk dat haar zoon zo zelfstandig mogelijk kan leven. 
“Ik wil dat hij dingen zelf kan doen,” vertelt ze. “Maar het is fijn dat ik dichtbij ben als het nodig is.” 

Van Curaçao naar Nederland

Moeder en zoon komen oorspronkelijk uit Curaçao. Daar woonde mevrouw Van Putten met haar kinderen in het huis van haar moeder.

“We waren met z’n drieën thuis: mijn zoon, mijn dochter en ik,” vertelt ze. In die tijd zorgde mevrouw Van Putten niet alleen voor haar kinderen, maar ook voor haar moeder. Haar moeder hielp op haar beurt weer met de zorg voor Igmar als mevrouw Van Putten aan het werk was. Inmiddels is haar moeder overleden.  

Igmar heeft al van jongs af aan een hartafwijking. Als kind moest hij twee keer in Nederland geopereerd worden. “De eerste operatie was heel spannend. Je kind gaat de operatiekamer in en je weet niet hoe het afloopt. Dat was heel moeilijk.” Later bleek dat er iets gescheurd was en moest hij opnieuw geopereerd worden. “Hij lag aan allerlei apparaten op de intensive care. Dat vergeet je nooit als moeder.”

Ondanks alles groeide Igmar op tot een zelfstandige jongen. Op Curaçao ging hij naar een speciale school. Daar leerde hij praktische dingen, zoals wassen, koken en werken met dieren. “Hij kan goed met computers en telefoons omgaan,” vertelt zijn moeder trots. 

Een nieuw leven in Nederland

Mevrouw Van Putten is begin zestig, Igmar begin dertig. Omdat moeder ouder wordt, wilden ze zorgen dat Igmar goed begeleid kan worden. Daarom verhuisden ze naar Nederland, waar meer mogelijkheden en ondersteuning zijn voor mensen met een beperking. “Voor hem is het hier beter,” zegt mevrouw Van Putten. “Dat was de belangrijkste reden.”

Eerst woonden ze bij familie in Groningen. Begin 2024 konden ze verhuizen naar de mantelzorgwoningen van Lefier aan de Curaçaostraat.

“Ik was heel blij toen we hier konden wonen,” vertelt ze. “Hij heeft zijn eigen plek en ik ook. Maar we zijn wel dichtbij elkaar.”

Zelfstandig, maar niet alleen

Igmar gaat naar een dagbesteding. Daar maakt hij bijvoorbeeld vogelhuisjes en schildert hij. Elke ochtend wordt hij met een busje opgehaald.

Thuis doet hij ook veel zelf. 
“Hij wast zijn kleren, maakt zijn kamer schoon en kan veel dingen zelf regelen,” vertelt zijn moeder. “Dat heeft hij vroeger op school geleerd.”

Toch kijkt ze elke dag even bij hem. 
“Als ik wakker word, ga ik even kijken of alles goed is. Dat is gewoon wat een moeder doet.”

Een fijne buurt

In het appartementencomplex wonen mensen van verschillende leeftijden. Mevrouw Van Putten voelt zich er thuis. “De buren zijn vriendelijk. We zeggen goedemorgen en maken een praatje.”

Ook met haar andere kinderen heeft ze veel contact. Regelmatig gaan ze samen op bezoek bij haar zoon en schoondochter of doen ze boodschappen. 

“Als hij blij is, ben ik ook blij”

De mantelzorgcombinatie geeft moeder en zoon precies wat ze nodig hebben: zelfstandigheid én nabijheid. Voor mevrouw Van Putten is het belangrijkste dat haar zoon zich goed voelt. “Als hij blij is, ben ik ook blij,” zegt ze. “Dat is het belangrijkste voor een moeder.”