Donderdagmiddag? Dansen met Abba, Luv… en buurman Joop
Huurder Joop Dagelet woont al dik 55 jaar in de Morgensterflat, in het rijtje van drie galerijflats Castor, Pollux en Morgenster, tegenover winkelcentrum Paddepoel in Groningen. “Ik ben nogal honkvast geloof ik. Het is een fijne woning en een plezierige buurt, dus waarom zou ik iets anders zoeken?” Hij is net 86 geworden - opmerkelijk vitaal en scherp van geest. Dat kan hij wel verklaren. Al bijna zijn hele leven danst hij, eerst als professioneel balletdanser op de grote podia, nu elke donderdagmiddag in de knusse Huiskamer van de Polluxflat. Onder begeleiding van Joop kunnen senioren daar laagdrempelig ‘bewegen op muziek’. Zelf noemt hij het liever ‘ballet op een keukenstoel’. “Want het oog wil ook wat, ik ben nu eenmaal een theaterman en choreograaf, dat raak je nooit meer kwijt.”

Op 1 juli 1970 kreeg hij de sleutel. “Net als nu was je al blij als je een huis kon krijgen. Alles was hier nog in aanbouw. Ik ben stiekem gaan kijken; de woning die ik zou krijgen werd door de bouwvakkers gebruikt als kantine, dus er hing een touwtje door de brievenbus. Ik was meteen onder de indruk van het uitzicht op de achtste verdieping, je ziet de hele stad! En het is een mooie, ruime woning. Wat ik ook fijn vind: er is hier een echt buurtgevoel; in de huiskamer waar wij dansen kun je elkaar laagdrempelig ontmoeten. Daar zorgt beheerder Toos wel voor. Je komt er voor een betaalbaar kopje koffie of even sjoelen of klaverjassen. Ik merk dat veel huurders daar naar uitkijken.”

Genoeg over het huis. In het leven van Joop speelt maar één ding de hoofdrol: dans. “Als kind speelde ik bij de jeugdclub AJC, daar kon je ook aan cultuur doen: volksdansen of pantomime. Toen ik 12 was, zei een begeleider: jongen, jij moet danser worden! Beroepsdanser, dat mocht niet van mijn ouders; daar was geen droog brood in te verdienen. Een maand nadat ik mijn eerste baan kreeg (op de salarisadministratie) heb ik me aangemeld op de balletschool, voor de opleiding klassieke dans. Uiteindelijk werd ik balletdanser bij een bekend balletgezelschap, dat wel optrad in de Stadsschouwburg, Oosterpoort, het Grand Theatre en bekende kleine zalen in het land. Moderne dans, maar ik heb van alles en nog wat gedaan: klassiek, jazz, tapdansen, showdansen. In het klassieke ballet had je weinig jongens, dus ik was meteen de bink. Ik kreeg hoofdrollen, solo’s met mooie ballerina’s. Die carrière duurde 22 jaar lang. Iets heel anders: bij carnavalsvereniging Poelepadders maakte ik de dansmariekes Nederlands kampioen. En ik heb geloof ik wel 35 operettes van danspassen voorzien. Dat deed ik dus allemaal naast mijn kantoorbaan van 40 uur. In het weekend oefenen en werken aan de choreografie. Als ik er nu aan terugdenk, word ik gek!”
Na zijn pensioen stopte hij niet met dansen. Geen denken aan. Hij ontdekte de schoonheid van de Argentijnse tango en ‘werelddans’, een mix van volksdansen en country line dance. Daar gaf hij ook les in op de Vensterschool. “Het kan met alle muzieksoorten. Het lijkt makkelijk, maar het is nog best een pittige manier van bewegen.”

Voor de vaste donderdagmiddag met ‘bewegen op muziek’ is hij benaderd door Toos Alssema, de beheerder van de Huiskamer in de Polluxflat. Daar bleef het na de coronaperiode wat stil. Joop ging zich oriënteren op Google wat hij voor lessen kon geven. Een spagaat of pirouette zit er niet meer in bij de deelnemers (de oudste danseres is 91), dus het werd ‘ballet op een stoel’. Joop vertelt: “Het moet natuurlijk wel een beetje passen bij onze leeftijd. Ik zag een keer in een zorginstelling zo’n dansmiddag voor ouderen, onder leiding van een 20-jarig hip meisje. Als muziek koos ze keiharde techno – de bewegingen die ze voordeed waren een soort zware gymnastiekoefeningen. Bam! Bam! Goed bedoeld, maar dat leek me niet de bedoeling hier. Ik draai Abba of Frans Bauer. Die liedjes zijn heel herkenbaar, zodat ze ook nog lekker kunnen meezingen om de stembanden even te trainen. Ik ben geen personal trainer in een sportschool, ik ben choreograaf, dus het moet er ook nog een beetje leuk uit zien, vind ik.” Tijdens ‘Dancing Queen’ van Abba moet Joop toch even streng zijn: “Veel hoger die handen, je beeldt een kroon uit, geen paar oorwarmers!”


“Als we salsa dansen (op onze stoel!) dan maak ik van lege flesjes gevuld met knopen sambaballen waarmee je op het ritme kunt schudden. Natuurlijk gaat er wel eens wat mis; dan lachen we ons suf! Het is wat mij betreft vooral een gezellig sociaal gebeuren. Dat blijkt ook wel, want de eerste twintig deelnemers die zich twee jaar geleden meldden, zijn er nog steeds, ze zijn heel trouw. Je ziet het plezier dat ze er samen aan beleven! Er zit een mevrouw tussen met beginnende Parkinson; haar huisarts zei: zo lang je het kunt, gewoon doen!”

“Ik doe het ook wel uit eigenbelang. Dansen, dat zit gewoon in mijn genen. Ik kan me voorlopig geen leven zonder dans voorstellen. Die passie wil ik overbrengen. Wat ik vooral aan mensen wil laten zien, is hoe mooi dans kan zijn. Ik ben er een beetje een bekende buurtgenoot van geworden, dat is ook leuk. Je betekent wat voor anderen. Als ik nu door het winkelcentrum loop, hoor ik altijd wel een paar keer: hee Joop, tot donderdag hè!”
Een keertje lekker meedoen? Je bent welkom, je hoeft nog niets te kunnen, daar heb je Joop voor. Iedere donderdagmiddag van 14:00 tot 15:30 uur op de eerste verdieping van de Polluxflat, in de huiskamer voor bewoners van alle drie de flats.