In hetzelfde huis, een halve eeuw later

Hannah (21), student kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, woont met vijf huisgenoten in een bijzonder studentenhuis aan de Jozef Israëlsstraat: De Ware Jozef. “Maar eigenlijk noemen we het gewoon De Ware,” zegt ze. Het is een huis waar iedereen welkom is en waar altijd mensen langskomen.

Toen Hannah haar oma over het huis vertelde, bleef het even stil. “Volgens mij heb ik daar gewoond,” zei haar oma voorzichtig. Wat eerst een tijdelijk logeeradres leek, bleek hetzelfde huis te zijn waar haar oma in de jaren ’60 als student woonde. Ze was lid van Magna Pete, de vrouwenafdeling van Vindicat. Later ging dat op in Vindicat. Nu is Hannah zelf ook lid. Zo wonen oma en Hannah, een halve eeuw later, in hetzelfde huis.

Hannah nu in De Ware

Binnen is het precies zoals je een studentenhuis verwacht. Flyers en oude foto’s hangen aan de muren. Stropdassen bungelen aan de lamp. In de gang staan beelden van oud-bewoners. Iedereen heeft een eigen kamer, maar er is ook een zitkamer om samen te zijn. Achter het huis ligt een diepe tuin en er is een balkon. “In de zomer is het hier echt een zoete inval,” zegt Hannah. “Dan zitten we buiten, komen vrienden langs en is het de hele dag gezellig.”

Het pand is oud en monumentaal, met hoge plafonds en mooie details. Woningcorporatie Lefier zorgt voor het onderhoud. “Als er iets kapot is, bellen we en dan wordt het meteen opgelost,” vertelt Hannah.

Bijna elke avond eten de bewoners samen. Op dinsdag koken ze een uitgebreid driegangenmenu. Telefoons gaan weg. Iedereen heeft aandacht voor elkaar. “Als iemand verdrietig is, zitten we met z’n allen op haar kamer,” zegt Hannah. “Toen mijn oma overleed en ik een week weg was, kreeg ik lieve berichtjes. Bij thuiskomst lag er een kaartje en een knuffel op mijn bed.” De deuren gaan zelden op slot. Je loopt makkelijk bij elkaar binnen. Het voelt veilig en warm. Bijna als familie. Elk jaar komen oud-huisgenoten terug, sommigen al sinds 1987.

Oma’s tijd in De Ware

Hannah’s oma woonde hier in de jaren ’60, samen met andere meisjes. Ze was lid van Magna Pete. Ze at vaak in de universiteitskantine onder het Academiegebouw en ging naar gala’s en dansavonden. Er waren in die tijd weinig vrouwen die studeerden. Sommige vrouwen trouwden en stopten met hun studie. Dat raadde oma Hannah lachend af. “Het huis voelde altijd als een thuis,” zegt mevrouw Brouwers, oud-bewoner en goede vriendin van Hannah’s oma. “Als clubgenoten of vriendinnen langskwamen, merkte je hoe bijzonder het was. We knepen echt in onze handjes dat we hier mochten wonen.” Volgens haar was het huis voor die tijd heel modern.
“We hadden douches boven, een telefoon op de eerste verdieping en zelfs een gasfornuis met oven. Dat was luxe in die tijd.” De vrouwen studeerden, aten samen en werden hechte vriendinnen. “Je oma en ik hebben hier samen gelachen, gestudeerd en gefeest,” zegt mevrouw Brouwers. “Dat jij hier nu woont, voelt alsof de cirkel rond is.”

In oude fotoboeken ziet Hannah hoe anders het er toen uitzag.
“Alles leek zo serieus,” lacht ze. “De mannen droegen driedelige pakken. Op uitnodigingen stond: ‘Het weledele geboren dames…’ Brandewijn kostte zestig cent.” Op de laatste pagina staat haar opa, lid van Gronings Studenten Corps ‘Vindicat atque Polit’. “Het was bijna een sprookje.”

Toen haar oma in Hannah’s eerste jaar langskwam, straalde ze.
“Ze zei dat dit een van de mooiste tijden van haar leven was.”

Wat zou oma nu zeggen?

“Ze zou heel trots zijn,” zegt Hannah zacht, en even verschijnt er een traan. “En ik denk dat ze zou zeggen: het voelt hier nog steeds zo goed. Zo warm, zo gezellig.” Misschien zou ze zich verbazen over de grote tweepersoonsbedden, want dat vond ze vroeger verspilling van ruimte. Maar het belangrijkste is hetzelfde gebleven: samen wonen, samen lachen en naar elkaar omkijken. En precies dat maakt De Ware Jozef, een halve eeuw later, nog steeds bijzonder.