Vertaal deze pagina

‘Wij worden geholpen door hele aardige mensen’

Ronnie van Dam, onderhoudsmedewerker van Lefier, kwam via zijn werk in contact met het Syrische gezin Zawit en hoorde over hun bizarre levensloop. ‘Het raakte mij diep in mijn hart. Het is alle moeite waard om deze mensen te helpen een mooi bestaan op te bouwen in ons land. En ze willen zó graag!’

Vluchten

Amer Zawit (33) – getrouwd met Marwa (25) en vader van dochtertje Leen (4) – was in een dorp nabij hoofdstad Damascus een bedrijvig ondernemer. Hij runde drie winkels in glas en artistieke raamdecoraties en had vijftien personeelsleden in dienst. ‘Tijdens de burgeroorlog zorgde ik voor voedsel en medicijnen voor oude en armlastige mensen. De hulp die ik gaf, was echter verboden door het regime-Assad. Ik werd opgepakt door de politie, ik zat vier dagen in de cel en daarvan moest ik 45 dagen herstellen in het ziekenhuis. Ik kon niet langer in Syrië blijven. In mijn eentje ben ik vertrokken. Uiteindelijk heb ik er een maand over gedaan om in Nederland te komen. Dat was in juni 2015. Ik heb 1.000 euro betaald aan een mensensmokkelaar die ons met vijftig personen in een rubberboot zette, waarvan onderweg de motor kapot ging. Ik heb 150 kilometer door Servië en Macedonië moeten lopen, omdat we als vluchteling geen gebruik mochten maken van bus en trein. Uiteindelijk werd ik in Nederland in januari 2016 herenigd met mijn gezin.’

Aardige mensen

Na enkele omzwervingen in azc’s in ons land kregen Amer, Marwa en Leen via Lefier een appartement toegewezen in Stadskanaal. Eindelijk, een vaste plek! ‘Ik ben heel blij met deze woning en wij worden geholpen door hele aardige mensen. Van de gemeente Stadskanaal hebben wij een lening gekregen om spullen voor ons huis te kopen. Die betalen wij nu in termijnen terug. Ik wil zo snel mogelijk mijn inburgeringsexamen halen, want dan kan ik aan het werk. Dat wil ik ook graag, het liefst wil ik geen geld van de gemeente, maar het is moeilijk om ergens binnen te komen. Ik ben al bij een bedrijf geweest waarvan ik denk dat ik daar op mijn plaats ben, maar ik kwam helaas niet verder dan de receptie. Nu help ik een paar uur per week in een shoarmazaak. Ik wil iets doen om zo voor mijzelf en mijn gezin de kost te verdienen.’

Cultuurverschillen

‘In Syrië is het makkelijker om ergens te gaan werken of om een eigen bedrijf te starten. In Nederland moet je een diploma hebben en je moet overal heel veel papieren voor invullen. En in Syrië, merk ik, is het contact tussen de mensen veel intensiever. We nemen meer tijd voor elkaar. In Nederland is iedereen druk en maak je een afspraak als je ergens langs wilt komen. Maar ik klaag niet over Nederland, hoor. Ik zeg tegen iedereen ‘dankjewel’ voor alle hulp. Politieagenten zijn heel erg vriendelijk, in Syrië heerst veel corruptie bij de politie. Nederland is een vrij land. In Syrië kun je bijvoorbeeld niet gaan samenwonen, dan moet je eerst trouwen. Maar in Syrië is de temperatuur veel aangenamer. Daar wordt het ’s winters niet kouder dan tien graden.’

Inburgering

Samen met zijn taalcoach Andrea Schinkel, vrijwilliger via het Noorderpoortcollege, werkt Amer hard aan zijn Nederlands. Dat is niet eenvoudig als je uit de Arabische cultuur komt. Andere klanken, andere letters en in Nederland schrijf je van voor naar achter. In het Arabisch van achter naar voor. Andrea: ‘Amer doet echt ontzettend zijn best en als je ziet hoe keurig hij de letters opschrijft, dat is reuze knap. Hij praat makkelijk, lezen gaat ook goed, maar het opschrijven van woorden die hij hoort, is ontzettend moeilijk. Het inburgeringsexamen is de tweede stap. Daarin worden echt pittige vragen gesteld. Zo’n examen vergt veel voorbereiding voor statushouders.’

Vrijwilliger

Amer merkt dat niet elke Nederlander erop gesteld is om contact met hem te leggen. ‘Dat vind ik erg jammer. Ik wil graag meer weten over de Nederlandse cultuur. In de plaats waar wij wonen, zitten tussen de twintig en dertig andere Syriërs, die kennen we intussen wel. Onze dochter gaat nu naar de basisschool. Mijn vrouw en ik hebben ons opgegeven als vrijwilliger op school, dat is goed voor onze sociale contacten en voor onze taal.’ Zo lang de situatie in Syrië onvoorspelbaar is, en dat is die zolang president Assad daar aan de macht is, blijft het gezin Zawit in Nederland. Als je Amer echter diep in zijn ziel kijkt, wil hij het liefst terugkeren naar zijn vaderland om daar te zorgen voor zijn blinde vader.

‘Het is alle moeite waard om deze mensen te helpen’

Ronnie van Dam trekt zich het lot van het gezin Zawit aan: ‘Er wordt wel eens met een schuin oog gekeken naar statushouders. Dat ze zo maar een huurwoning krijgen toegewezen en dat alles maar voor ze wordt gekocht en geregeld. Dat is niet zo. Dit zijn geweldige mensen en die moeten we helpen, vind ik. Amer en Marwa willen ontzettend graag. Amer is een vakman, hij heeft jarenlange ervaring in het glas, die man moet toch ergens aan de slag kunnen, zonder dat hij eerst vier jaar naar school moet…?’