“Wij zijn echt Buurvrouw en Buurvrouw: A je to!”

“Ga je mee naar de bouwmarkt?”

“Ja, ik ga mee.”

Zo begon het eigenlijk. Met twee buurvrouwen, een flinke klus en een ritje naar de bouwmarkt.

Razia en Faduwa wonen al meer dan twintig jaar in dezelfde buurt. Toen hun kinderen klein waren, speelde iedereen buiten. Er was een pingpongtafel, moeders namen eten en drinken mee en de kinderen trokken de hele dag met elkaar op. “Dat was echt elke dag zo”, vertelt Faduwa. “Heel leuk.”

Maar de kinderen werden groter. Mensen verhuisden. Nieuwe bewoners kwamen erbij. En de voordeuren gingen steeds vaker dicht. Dat vonden de twee jammer. Dus toen ze achter hun woningen een verwaarloosd stukje grond zagen, dachten ze: daar kunnen we iets mee.

Eerst de schop erin

Het stukje grond was bepaald geen plaatje. Diepe wortels in de grond, onkruid, stukken bouwafval, stenen en zand. Toch begonnen Razia en Faduwa gewoon met schoffelen.

Het stukje grond was niet van hen. Daarom namen ze contact op met Lefier. Ze kregen toestemming om ermee aan de slag te gaan. Lefier sponsorde nieuw zand.

Daarmee was het startsein gegeven.

“Wij waren echt buurvrouw en buurvrouw”, zegt Razia lachend.

En dat bleek maar weer. Want wat begon met wat schoffelen, werd al snel een stevige klus. Er moest worden gezaagd, getrokken, gesjouwd en opgeruimd. Een dag lang waren ze bezig. Van half negen ’s ochtends tot half vijf ’s middags. Het oude zand en afval moesten worden afgevoerd. Lefier zorgde voor nieuw zand. Uiteindelijk werd het stukje grond steeds groener. “Ook al is het niet van ons”, zegt Faduwa, “het voelt toch een beetje als van ons.”

“Schuif maar aan”

Razia en Faduwa zitten graag buiten. En wie buiten zit, krijgt vanzelf aanspraak. Buren kwamen even kijken. Maakten een praatje. Bleven wat langer zitten. Op een avond stuurden de buurvrouwen een bericht in de groepsapp:

Schuif je vanavond gezellig aan? Neem je eigen stoel mee en neem iets te eten en te drinken mee.

En dat deden ze.

Geen officiële burendag. Geen subsidieaanvraag. Geen draaiboek. Gewoon een tafel buiten en kijken wie er komt. “Een buurvrouw zei dat wij eigenlijk een verbinding in de straat zijn”, vertelt Razia. “Dat vond ik heel mooi.”

Want daar gaat het hen om. Niet dat iedereen ineens beste vrienden wordt, maar dat je elkaar kent. Dat je weet wie er naast je woont. Dat je makkelijker even aanbelt. Dat je op elkaars huis let als iemand op vakantie is.

“Je hoeft niet met iedereen een band te hebben”, zegt Faduwa. “Maar het is wel fijn als je elkaar kent.” Zelfs met mensen die ze vroeger nauwelijks spraken, is er nu meer contact. “Mensen die je normaal niet eens groet, komen nu even praten”, vertelt Razia. “Dan heb je toch ineens leuk contact.”

Een buurt vol verschillen

De buurt is een echte mengelmoes. Er wonen mensen die huren en kopen. Jong en oud. Gezinnen en alleenstaanden. Mensen met verschillende achtergronden.

Juist die mix vinden Razia en Faduwa mooi.

Ze willen dan ook niet dat iedereen hetzelfde doet. Ze hopen vooral dat mensen elkaar blijven opzoeken. En daar hoeft volgens hen geen groot buurtplan voor te liggen.

Met je handen in de grond

Ook de gezamenlijke moestuin in de buurt is zo’n plek waar mensen elkaar tegenkomen. Razia heeft er inmiddels van alles verbouwd: courgettes, tomaten, paprika’s, sla, bloemen, maïs en aardbeien.

“Als je veel regen hebt, krijg je natuurlijk wel veel slakken”, vertelt ze lachend. Dit jaar kwam de klad er een beetje in. Volgend jaar een nieuwe ronde.

Toch zijn de groenten niet eens het belangrijkste. “Je zit daar gewoon met je handen in de grond. Lekker graven, muziekje erbij. Het is ontspanning.”

De kinderen gingen vroeger regelmatig mee. Fietsen, water geven, spelen op het gras. Inmiddels zijn ze groter en is dat wat minder vanzelfsprekend.

Groen voor iedereen

Razia en Faduwa weten inmiddels ook dat zo’n groene plek niet voor iedereen even makkelijk te realiseren is. Zand, aarde, bloemen en planten kosten algauw een paar honderd euro.

“Wij konden dat regelen, maar als je geen auto hebt of een klein inkomen, wordt het lastig.” Daarom hopen de buurvrouwen dat meer bewoners hulp kunnen krijgen om hun omgeving te vergroenen.

“We hebben echt ontzettend veel geluk gehad”, zegt Faduwa. “Maar dat gunnen we iedereen.”

Ook hun eigen voortuinen staan op de planning. Tegels eruit, planten erin. “We krijgen straks plantjes en mogen zelf kiezen”, vertelt Razia enthousiast. Want waarom zou alleen hun tuin een mooie plek mogen zijn?

Het hoeft niet groot

Een groot buurtplan hebben Razia en Faduwa niet. Ze willen vooral doorgaan met wat werkt. De tafel naar buiten. Stoelen erbij. Een berichtje in de groepsapp.

“Wat nou als we dit ook bij andere buren voor elkaar krijgen?”, zegt Faduwa. “Dan gaat de hele straat erin mee.”

Misschien is dat wel de kracht van hun aanpak. Het hoeft niet groot, officieel of ingewikkeld te zijn.

Soms begint verbinding gewoon met twee buurvrouwen die samen de handen uit de mouwen steken. En met een tafel waar iedereen mag aanschuiven.

A je to!