Een vrijstaand huis op je 25ste? Waarom niet?
Wanneer Steven Drent (25) voor dit interview wordt gefotografeerd, moet hij even wennen. “Ik sta niet graag op de foto,” zegt hij lachend. “Maar de fotograaf is goed, dus het komt vast mooi uit.”

Steven kocht deze zomer een huis in Emmer-Compascuum. Dat is het dorp waar hij is opgegroeid. Het huis is vrijstaand en gebouwd in 1941. Het heeft veel sfeer, maar er moest ook veel aan gebeuren. Toch twijfelde Steven niet.
Opgroeien in Zuidoost-Drenthe
Steven werd geboren in Meppel, omdat zijn vader daar werkte. Maar vanaf zijn vijfde woont hij in Emmer-Compascuum. “Mijn familie woont allemaal in de buurt. Mijn broer woont op 500 meter afstand en mijn moeder op nog geen twee kilometer. Ik ken hier iedereen. Dat voelt heel fijn.”
Het dorp zelf vindt hij typisch Drents. “Het is misschien niet het mooiste dorp van Nederland. Maar omdat je er opgroeit, voelt het wel als thuis. Er wonen zo’n achtduizend mensen. Er is vaak iets te doen en mijn hele vriendenkring woont hier. Dat vind ik belangrijk.”
Een huis uit 1941
Toen Steven het huis voor het eerst zag, twijfelde hij even. “Er moest heel veel gebeuren.”
Maar zijn broer is handig en zei meteen: ‘Dat fixen we samen wel.’ Dat gaf Steven vertrouwen.

Binnen één weekend hadden ze het huis helemaal kaalgesloopt. Daarna begon het opbouwen. Ze vervingen de meterkast en de deuren, stucten de muren, schilderden het hele huis en maakten extra stroompunten. Ook legden ze leidingen en geluiddempende platen. “Slopen ging snel,” zegt Steven. “Maar opbouwen duurde drie maanden. Dat zegt genoeg over mijn geduld.”
Nu is het huis bijna klaar. Het heeft een grote tuin, een eigen oprit én ik maakte het plafond groen. “Niemand heeft zo’n groen plafond,” zegt Steven trots. “Dat maakt het echt mijn huis.”

Hoe koop je als 25-jarige een huis?
Veel starters vinden het lastig om een huis te kopen, laat staan een kluswoning. Steven heeft drie tips:
1. Spaar zoveel je kunt
“Tijdens mijn studie werkte ik elk weekend. Ik woonde nog thuis, dus ik had weinig kosten. Daardoor kon ik veel geld sparen.”
2. Durf te overbieden
“Er waren veel mensen die dit huis wilden. Ik moest €30.000 overbieden. Dat is veel geld, maar een goede plek is het waard.”
3. Gebruik je netwerk
“Zonder mijn broer en handige vrienden was het nooit gelukt. Je hebt mensen nodig die met je mee willen helpen. Zelf kan ik vooral goed slopen met een voorhamer,” zegt hij lachend. “De rest laat ik graag aan anderen over.”
De samenwerking met Lefier
De koop verliep soepel. “De makelaar kwam uit de buurt. Dat praat makkelijker. Ik was op vakantie in Schotland toen hij belde over de kijkdag. Daarna kon ik altijd met vragen bij hem terecht. Zelfs in het Paasweekend. Dat vond ik heel fijn.”

Vooruitkijken
Binnen is het bijna klaar, maar buiten moet nog veel gebeuren. “Volgend jaar wil ik een nieuwe schuur bouwen en een nieuw pad aanleggen. Maar eerst moet ik weer even sparen.”
Samenwonen komt later. Stevens vriendin studeert nog en woont op kamers. Wel heeft ze in zijn huis al een roze kamer. “Dat komt later allemaal wel,” zegt Steven. “Voor nu woon ik hier perfect.”
Of hij er altijd blijft wonen? Steven denkt even na. “Misschien wil ik over een paar jaar groter wonen. Ik ben best verwend,” zegt hij met een knipoog. “Maar voorlopig zit ik hier helemaal goed.”